Lassen van kruipbestendige Staalsoorten: Belang van Voorverwarmen, PWHT en de juiste lastoevoegmaterialen

Kruipbestendige staalsoorten, ook wel warmvaste staalsoorten genoemd, worden ontworpen voor toepassingen onder hoge temperatuur en langdurige mechanische belasting. In installaties zoals stoomgeneratoren, warmtewisselaars en drukvaten zijn ze onmisbaar. De lasbaarheid van deze staalsoorten stelt hoge eisen aan kennis van metallurgie, spanningsbeheersing en warmte-inbreng. Lassen kan, indien onjuist uitgevoerd, leiden tot interne spanningen, brosse microstructuren, warmscheuren, waterstofscheuren en verminderde kruipsterkte. Daarom zijn voorverwarmen en PWHT geen optionele stappen, maar fundamenteel voor een betrouwbare verbinding.
 

Wat is kruipvast staal en waarom wordt het gebruikt?
Hoe werkt kruip in staal bij hoge temperaturen?

Wanneer staal langdurig wordt blootgesteld aan een constante mechanische spanning én een hoge temperatuur, zal het langzaam rek vertonen, zelfs als die spanning lager is dan de vloeigrens. Kruip wordt relevant bij temperaturen hoger dan ongeveer 0,4 keer de smelttemperatuur van het materiaal in Kelvin. Voor staal is dat typisch boven 400 °C. Bijvoorbeeld een stalen pijp in een elektriciteitscentrale die constant onder druk en een werktemperatuur heeft van 600 °C, zal langzaam vervormen, ook als de spanning constant blijft.

Kruipvast staal

Kruipvaste staalsoorten worden ook wel warmvaste materialen genoemd. Kruipvaste staalsoorten zijn gelegeerde staalsoorten die bij hoge temperatuur hun sterkte behouden over langere tijd. Deze staalsoorten worden gekenmerkt door hun hoge treksterkte, gecombineerd met een hoge kruipsterkte en hoge taaiheid, ook bij verhoogde temperatuur. Om een vergelijking te maken: ongelegeerd staal is ‘slechts’ toepasbaar tot ongeveer 350°C, terwijl de hoog vanadium gelegeerde CrMo(Ni)-staalsoorten worden toegepast tot circa 650°C (afhankelijk van de legering). 

Kenmerken en samenstelling van kruipvaste staalsoorten

Elementen die de weerstand tegen kruip verhogen zijn koolstof, chroom, molybdeen, vanadium en titanium. Hoe meer chroom en molybdeen, hoe hoger de temperatuur waarop de stalen toegepast kunnen worden.

Voorbeelden:

  • 16Mo3: eenvoudige 0,5% Mo-staal tot 530°C
  • 13CrMo4-5 / 10CrMo9-10: voor installaties tot 560 - 600°C
  • X10CrMoVNb9-1 (P91): tot 620 - 650°C
     
Staalsoort C (%) Cr (%) Mo (%) V (%) Nb (%) Treksterkte (MPa) Rekgrens (MPa) Max. Werktem. (°C)

16Mo3

0.12 - 0.20

-

0.25 - 0.35

-

-

450 - 600

≥ 280

530°C

13CrMo4-5 (p11)

0.08 - .018

0.70 - 1.15

0.40 - 0.60

-

-

440 - 590

≥ 290

570°C

10CrMo9-10 (p22)

0.08 - 0.14

2.00 - 2.50

0.90 - 1.10

-

-

510 - 670

300 - 450

600°C

X10CrMoVnB9-1 (p91)

0.08 - 0.12

8.00 - 9.50

0.85 - 1.05

0.18 - 0.25

0.06 - 0.10

620 - 850

≥ 450

620 - 650°C

Materiaalclassificatie volgens ISO 15608 en ASME IX
ISO 15608
Groep beschrijving Typen

1.1

C-Mo (0.5Mo) 16Mo3

5.1

CrMo-staal: 
0.75% ≤ Cr ≤ 1.5%, Mo ≤ 0.7% 
(1.25Cr - 0.5Mo) 
13CrMo4-5

5.2

CrMo-staal: 
1.5% < Cr ≤ 3.5%, 0.7 % < Mo ≤ 1.2% 
(2.25Cr - 1.0Mo)
10CrMo9-10

6.4

Martensitisch: 
7.0% < Cr ≤ 12.5%, 0.7% < Mo ≤ 1.2%, 
V ≤ 0.35% (9 - 12% Cr-Staal)
X10CrMoVNb9-1
ASME Sectie IX (P-Nummers)
P-No. beschrijving Typen

4

1.25Cr – 0.5Mo SA-182 F11 CL1
SA 213 T11
SA-335 P11

5A

2.25Cr – 1Mo SA-182 F22 CL1
SA-213 T22
SA-335 P22

5B

5-9Cr – 0.5Mo SA-182 F5 & F9
SA-213 T5 & T9
SA-335 P5 & P9

15E

9Cr-1Mo-V SA-335 P91
Het belang van voorverwarmen bij kruipvaste staalsoorten

Voorverwarmen is essentieel bij het lassen van kruipvaste staalsoorten om meerdere redenen:

Verlagen van de afkoelsnelheid

Door het basismateriaal op te warmen vóór het lassen, voorkom je dat het smeltbad en basismateriaal te snel afkoelt. Een langzame afkoeling geeft minder kans op: 
•    Martensietvorming (hard en bros)
•    Restspanningen
•    waterstof scheuren (Koud scheuren)
 

Waterstofdiffusie bevorderen

Waterstof, afkomstig van vocht in lastoevoegmateriaal, beschermgas of basismateriaal kan grote problemen veroorzaken. Bij lage temperaturen kan deze zich insluiten in de HAZ (heat-affected zone) waardoor de kristalstructuur zal veranderen en mogelijk scheuren veroorzaken. Voorverwarmen versnelt de diffusie van waterstof uit het lasmetaal vóórdat het schadelijke microstructuren (zoals martensiet) vormt.

Gelijkmatige warmteverdeling

Bij constructies met grote wanddiktes zorgt voorverwarmen ervoor dat er geen grote temperatuurverschillen ontstaan tussen het koude basismateriaal en het warme lasmateriaal. Zonder voorverwarming zou het basismateriaal de warmte van het lasmetaal te snel opnemen, wat kan leiden tot inwendige spanningen en vervormingen in het materiaal

Image
Preheating of P91 weld joint

Voorwarmen van Grade P91 lasverbinding

Waarom PWHT (Post Weld Heat Treatment) cruciaal is

Post Weld Heat Treatment (PWHT) van kruipvast staal is nodig om verschillende redenen die allemaal te maken hebben met de mechanische en metallurgische eigenschappen van het materiaal na lassen. PWHT is essentieel voor kruipvaste staalsoorten om de volgende redenen:

Verlagen van restspanningen

Tijdens het lassen ontstaat thermische uitzetting en krimp, wat leidt tot restspanningen. Als vloeibaar lasmetaal gaat stollen dan zal het krimpen met restspanningen tot gevolg. PWHT verlaagt deze restspanningen.

Microstructuurherstel

Kruipvast staal heeft een speciaal ontworpen microstructuur (vaak ferritisch-perlitisch, bainitisch of martensitisch) die kruipweerstand biedt bij hoge temperatuur. Lassen verstoort deze microstructuur, vooral in de warmte-beïnvloede zone (HAZ). Martensitisch staal, zoals P91, bevat na het lassen een hard en bros lasmetaal en in de HAZ. PWHT zorgt voor omzetting van martensiet naar getemperde martensiet, met fijne carbiden langs de korrelgrenzen. Dit verhoogt de kruipweerstand en ductiliteit.

Verbetering van kruip- en vermoeiingsbestendigheid

Zonder PWHT is het risico groot dat het gelaste onderdeel voortijdig faalt tijdens langdurige blootstelling aan hoge temperaturen en spanningen. PWHT stimuleert de vorming van stabiele carbiden die de staalstructuur op lange termijn stabiliseren en kruipweerstand verhogen.

Voorbeeld PWHT diagram van Grade P91

Image
example PWHT diagram
Lasprocessen & Lastoevoegmaterialen
Veel gebruikte lasprocessen:

GTAW: 
grondlagen, lage diffusie van waterstof

GMAW: 
grondlagen en vullagen

FCAW:
productielassen in positie

SMAW:
Robuust, veldwerk

Belang van de juiste lastoevoegmaterialen bij kruipvast staal

De keuze van een lastoevoegmateriaal voor het lassen van kruipvaste staalsoorten is cruciaal om de mechanische eigenschappen en de kruipbestendigheid van de lasverbinding te waarborgen. Deze keuze wordt gebaseerd op een aantal belangrijke criteria:

Samenstelling van het basismateriaal

•    Het lastoevoegmateriaal moet chemisch compatibel zijn met het basismateriaal.
•    Vaak wordt een toevoegmateriaal gekozen met iets hogere legeringselementen om de gewenste sterkte en kruipvastheid te behouden na het lassen.
 

Bedrijfstemperatuur

•    Bij hoge temperaturen moet het lastoevoegmateriaal bestand zijn tegen kruipvervorming.
•    Materiaal moet bestand zijn tegen temperatuursveroudering en oxidatie.
•    Typische werktemperaturen zijn vaak >450°C, en soms tot 600–650°C.

Mechanische eigenschappen na lassen

•    Rekgrens, treksterkte en kruipsterkte moeten overeenkomen met of iets hoger liggen dan die van het basismateriaal.
•    vermoeiingssterkte en taaiheid moeten, vooral bij overgangszones, voldoende zijn.

Warmtebehandeling

•    De meeste toevoegmaterialen vereisen een Post Weld Heat Treatment (PWHT) om spanningen te verminderen en structuur te normaliseren.
•    Het toevoegmateriaal moet goed reageren op deze behandeling zonder bros te worden.

Basis materiaal GTAW GMAW FCAW SMAW
16Mo3 / P1 CEWELD SG Mo Tig
CEWELD ER80S-D2 Tig
CEWELD SG Mo CEWELD   AA R Mo CEWELD E 7018-A1
13CrMo4-5 / P11 CEWELD SG CrMo1 Tig
CEWELD ER 80S-B2 Tig
CEWELD SG CrMo1
CEWELD ER 80S-B2
CEWELD AA R CrMo1 CEWELD E 8018-B2
10CrMo9-10 / P22 CEWELD SG CrMo2 Tig
CEWELD ER 90S-B3 Tig
CEWELD SG CrMo2
CEWELD ER 90S-B3
CEWELD AA B CrMo2 CEWELD E 9018-B3
X10CrMoVNb9-1 / P91 CEWELD ER90S-B9 (P91) Tig CEWELD ER90S-B9 (P91) CEWELD AA 90S-B9 CEWELD E 9018-B9

 

Belangrijk:  gebruik altijd matching toevoegmaterialen. Verkeerde keuze van materialen kan leiden tot verschillen in kruipvastheid, en dus spanningsconcentraties en zal leiden tot scheuren in de HAZ.

Image
Example-of-heat-affected-zone-cracking-attributed-to-type-IV-failure-mechanism-in-a-CrMoV

Voorbeeld van scheuren in de warmte-beïnvloede zone in een CrMoV las gemaakt met 2,25Cr-1Mo toevoegmateriaal. 
(A) Macro van de breuk
(B) Micro van de breuklocatie (niet in dezelfde las)
(C) Voorbeeld van de structuur in de warmte beïnvloede zone 

Gjerde, M. (2018). Designing with urban daylight: A social agenda. Lighting Research & Technology, 50(3), 366–380. https://doi.org/10.1080/09506608.2017.1410943
 

Voorwarm- en PWHT-richtlijnen per staalsoort
Materiaal Voorverwarmen (°C) Interpass (°C) PWHT (°C) Houdtijd (min/mm
Minimaal 30 minuten
16Mo3 / P1 100 - 150 <250 580 - 620  2 min/mm
13CrMo4-5 / P11 150 - 200 <300 630 - 700 2 min/mm
10CrMo9-10 / P22 200 - 250 <300 660 - 700 4 min/mm
X10CrMoVNb9-1 / P91 200 - 250 <300 740 - 780 4 min/mm

Let op:

  • Te snel afkoelen na lassen van P91 geeft ongetemperd martensiet en veroorzaakt brosheid.
  • Zonder tijdige PWHT ontstaan niet-optimale precipitaten wat de lange termijn mechanische eigenschappen, zoals kruipbestendigheid, ernstig verslechtert.
Veelvoorkomende fouten en hun gevolgen bij het lassen
Oorzaak Gevold
Geen voorverwarming Waterstofscheuren, harde HAZ
Geen of te korte PWHT Verbrossing, kruipscheuren
Te hoge interpass temperatuur Grofkorrelige structuur, verlies kruipsterkte
Onjuiste lastoevoegmateriaal keuze Scheuren in de HAZ
Te snelle afkoeling Materiaal blijft martensiet met brosheid tot gevolg
Samenvatting: cruciale aandachtspunten bij het lassen van kruipvaste staalsoorten

•    Voorverwarmen voorkomt scheurvorming en verbetert waterstofdiffusie
•    PWHT is essentieel voor spanningsverlagende en metallurgische stabilisatie
•    Gebruik correcte lastoevoegmateriaal, gelijkwaardig aan basismateriaal
•    Beheers interpass-temperaturen om grofkorrelige zones te voorkomen